Zum Inhalt (Access key c)Zur Hauptnavigation (Access key h)Zur Unternavigation (Access key u)

Rondleiding op de tentoonstelling

Historisch museum van het prinsbisdom Paderborn

Lang geleden en toch dichtbij: burchten en het leven voor de industrialisatie (zalen 2, 5-7)

Zaal 7

Ruimte en tijd vormen het kader voor de geschiedkundige processen. Ieder van ons beweegt zich in dit kader en maakt bijgevolg deel uit van de geschiedenis. Het eerste hoofdthema van de permanente tentoonstelling maakt ons daarom vertrouwd met zeer specifieke vormen van ruimte en tijd die voor de Wewelsburg en de mensen in het Paderborner Land een rol hebben gespeeld.

De Wewelsburg is zelf het belangrijkste expositieobject van het museum en wel een object dat vele lagen telt. De naam wekt verwachtingen die samenhangen met de voorstelling die wij hebben van middeleeuwse ridderkastelen. De Wewelsburg werd echter pas veel later gebouwd, namelijk in de vroege 17e eeuw, en was bedoeld als "permanent kasteel". Ook de vele beelden die wij in ons hoofd hebben van de middeleeuwen en de kastelen, maar die vaak weinig te maken hebben met het "echte" middeleeuwse leven, spelen een rol. De objecten en afbeeldingen in de eerste zaal maken ons bewust van deze voorstellingen die wij hebben van lang vervlogen tijden, en ze stellen deze in vraag.

Ook de tijd en de wijze waarop wij deze ervaren, onderscheiden ons van onze voorvaderen. Voor de industrialisatie bepaalden natuurlijke cycli en kerkelijke feestdagen het leven en werken van de mensen. Tegenwoordig draait alles om zo kort mogelijke en efficiënt benutte tijdsindelingen. Een grote verscheidenheid aan museumstukken vertelt hier over deze verschillende tijdbelevingen.

De Wewelsburg (zalen 8 en 9)

Zaal 9

De Wewelsburg valt op tussen de burchten in Duitsland door haar driehoekige vorm, die tot op vandaag intact is gebleven. Deze vorm werpt vele vragen op: Waarom koos de bouwmeester voor deze vorm? Wie was de opdrachtgever van het slot en wat beoogde hij met de constructie? Hoe werd dit bijzondere complex later gebruikt? Op basis van een grote maquette van het slot en vele andere objecten worden deze vragen beantwoord op de bovenverdieping van de zuidoostelijke toren.

De grond waarop de Wewelsburg werd opgetrokken tussen 1603 en 1609, was voordien al bebouwd. Er gaan bewijzen terug tot de 12e eeuw voor een middeleeuws burchtcomplex dat eigendom was van de bisschoppen van Paderborn. Het leven van haar bewoners kon gereconstrueerd worden door grootscheepse opgravingen op de binnenplaats van de Wewelsburg. Talrijke daarbij gevonden stukken zijn in deze afdeling van de permanente tentoonstelling te zien. 

Tegelijk loont hier een blik achter de pleister die nu tegen de muren hangt: op deze plaats is een deel blootgelegd van een gemetselde muur van de middeleeuwse woontoren, die gebruikt werd bij de bouw van het slotcomplex.

Tijdreis door de geschiedenis van het prinsbisdom Paderborn (zaal 10)

Zaal 10

De reis door de tijd begint in de middensteentijd (mesolithicum), zo'n 80 000 jaar voor de eerste menselijke sporen in het gebied van het latere prinsbisdom Paderborn. We ontdekken hoe de mensen in de nieuwe steentijd (neolithicum) nederzettingen begonnen te vestigen en hun doden onder andere begroeven in de stenen graven die typisch zijn voor deze regio. Dan is het de beurt aan de andere tijdperken die hier hun sporen hebben nagelaten, zoals de oergeschiedenis en de vroegste geschiedenis. Naast vondsten uit de bronstijd en de ijzertijd zijn er ook indrukwekkende objecten uit het voormalige Romeinse kamp Anreppen aan de Lippe bij Delbrück van ca. 5 na Christus te bezichtigen.

Het middeleeuwse deel van de reis door de tijd gaat over de verovering en bekering van de Saksen door Karel de Grote, de rol van de bisschoppen van Paderborn bij de kerstening en hun betekenis als wereldlijke vorsten met het prinsbisdom als hun grondgebied. Belangrijke bisschoppen als Meinwerk en Rotho worden voorgesteld. Een zwaard dat teruggevonden werd in de Afte bij Büren, brengt de tijd van de ridders weer tot leven.

In de vroege nieuwe tijd nodigen historische kaarten de tijdreizigers ertoe uit om zich in het prinsbisdom Paderborn te oriënteren zoals gebruikelijk in de 17e en 18e eeuw. Toen werd er begonnen met het in kaart brengen van het huidige Westfalen. De reis door de tijd gaat verder met de confessies en militaire confrontaties van de 16e tot de 18e eeuw, waarvan vele overgeleverde objecten en afbeeldingen getuigen, en eindigt met de afschaffing van het prinsbisdom Paderborn in 1802 door Napoleon. Er wordt reeds zichtbaar wat er in de plaats kwam van het prinsbisdom.

Clerus, religiositeit en adel (zalen 11 en 12)

Zaal 11

Belangrijke functies werden bekleed door geestelijken. Aan de top van de geestelijke landsheerschappij stond de prins-bisschop. Het Concilie van Trente, dat het katholicisme moest versterken na de Reformatie, verbeterde en standaardiseerde de opleiding en het algemene scholingsniveau van de clerus. Deze ontwikkeling blijkt onder meer uit de gereconstrueerde bibliotheek van een pastoor uit deze tijd en de geleerde historische werken van prins-bisschop Ferdinand von Fürstenberg.

Er is een aparte zaal gewijd aan de (zelf)voorstelling van de adel in het prinsbisdom Paderborn. Portretten van edellieden, artistiek vormgegeven grafmonumenten, die de herinnering aan de overledenen op een bijzondere manier levend moeten houden, en ook kostbare kledingmode geven een indruk van de betekenis van deze sociale klasse in het prinsbisdom. Dat weerspiegelt zich in een selectie van waardevolle verzamelobjecten die in het midden van deze ruimte worden gepresenteerd.

De inrichting van de kerken en de verschijning van liturgie en vroomheid in het tijdperk van de "Katholieke Reformatie" straalden pracht en hoogdravendheid uit. Geselecteerde voorbeelden van sacrale figuratieve beeldhouwkunst geven een indruk van de werken die gecreëerd werden in de Oost-Westfaalse beeldhouwateliers van de 17e en 18e eeuw. Er zijn objecten uitgestald die een belangrijke visuele rol vervulden voor de eredienst. De gelovigen aanbaden de heiligen in de vorm van afbeeldingen op devotieprentjes en achterglasschilderijen of wijdden zich aan processies en intensieve voorbereidingen om zich te verzekeren van een goede reis naar het hiernamaals.

Deze afdeling van het museum eindigt met textielwaren uit vroegere joodse gemeenten van het prinsbisdom, bijvoorbeeld uit Warburg. De maquette van een synagoge verduidelijkt de inrichting van deze plaatsen die een centrale rol vervullen in het leven van deze geloofsgemeenschap.

De stad en haar burgers (zalen 13-15)

Zaal 14

Aan het eind van de middeleeuwen telde het prinsbisdom Paderborn 23 steden. Dat is relatief veel voor die tijd gelet op de grootte van het grondgebied. De bisschoppen stichtten steden om economische, strategische of militaire redenen. De verschillende facetten van het leven in deze stedelijke gemeenschappen, zoals "wonen en bouwen", "brandgevaar en watervoorziening" of "handel en geld", komen aan bod in deze museumafdeling.

De burgerlijke wooncultuur rond 1800, gebaseerd op twee originele meubelensembles uit het prinsbisdom, is het thema van een andere zaal. Een uitstekend expositiestuk is een van de 17e tot begin de 19e eeuw gebruikt motievenboek dat ontwerpen bevat voor interieurinrichting en meubels.

Daarna gaat het over een verdwenen stad, een laatmiddeleeuwse verlaten stad in het gebied tussen Lichtenau en Warburg. Blankenrode bestond nog maar zo'n 150 jaar toen het teloorging. Aangezien er nooit opnieuw gebouwd werd op deze plaats, zijn hier talrijke vondsten gedaan. De uitgestalde vondsten en een mediastation vertellen meer over de nederzetting en de redenen voor het verdwijnen van Blankenrode.

Het platteland en de boeren (zalen 16-19, 22)

Zaal 18

Ondanks een relatief verregaand ontwikkeld stadslandschap, drukte in de middeleeuwen en in de vroege nieuwe tijd vooral het plattelandsleven zijn stempel op het prinsbisdom. De landbouw voorzag in het levensonderhoud van de mensen. Haar ontwikkeling en de betekenis van de landbouw voor de manier van wonen en werken van de mensen worden hier voorgesteld. 

Ook het systeem van de "5-velden-economie" en de bouw van een landelijk vakwerkhuis worden hier uitgelegd. Een rijk begiftigde bruidsschat uit de late 18e eeuw bevat de huishoudelijke benodigdheden in de vroege nieuwe tijd en laat tegelijkertijd zien hoe rijkdom in de landelijke samenleving aan de buitenwereld werd getoond.

In het bos kwamen de economische belangen van de plattelandsbevolking en geprivilegieerde standen samen. Dit deel van het land werd intensief gebruikt en gaf aanleiding tot vele conflicten. Historische werktuigen, jachtwapens en beeldbronnen geven inzicht in de rol van het bos als houtleverancier, jachtterrein of weidegebied.

Natuurgeschiedenis (zalen 20, 21 en 25)

Zaal 25

De kenmerkende landschapselementen in het gebied van het voormalige prinsbisdom en hun ontstaan zijn de centrale vragen van het thema natuurgeschiedenis. Na een rondleiding over de typische natuurlijke kenmerken van dit gebied, zoals de markante verhogingen van vulkanische oorsprong of de kalksteenplateaus met veel spleten, kunt u afdalen in de diepten van de geologische tijdperken die deze landschappelijke elementen gevormd hebben. 

Daartoe behoren de ijstijden met de indrukwekkende botvondsten van de wolharige neushoorn en de mammoet. Maar we werpen ook een blik in het krijttijdperk, zo'n 100 miljoen jaar geleden, toen de afzettingen van een ondiepe tropische zee de basis legden voor de huidige Paderbornse hoogvlakte.

Maatschappelijke buitenbeentjes en mobiliteit (zalen 23, 24 en 26a)

Zaal 26a

Het duurde tot de 18e eeuw voor de grens met het aangrenzende graafschap Hessen vastgelegd werd in het prinsbisdom Paderborn. Historische grensstenen en de reproductie van een kaart demonstreren dit lange proces.

Het vastleggen van de grenzen van het grondgebied hield ook in dat werd bepaald wie behoorde tot de onderdanen, met uitsluiting van andere groepen, die in de ogen van bestuurlijke macht cultureel anders, schadelijk of crimineel kunnen lijken. Vooral sinti en joden leden onder de beperkingen en discriminatie die daaruit voortkwamen. Een "zigeunerpaal" en documenten over de weigering van joden in het prinsbisdom Paderborn bewijzen welk beeld de staat in de vroege nieuwe tijd had van bepaalde sociale groepen. 

Een uniek object belicht de juridisch zeer zwakke positie van de maatschappelijke lagen onder de boeren tegenover de adel in de late 18e eeuw. De 250 jaar oude, maar uitstekend bewaard gebleven jas van koehoeder Hans Cord Marx, Plöger genaamd, vertelt het verhaal van zijn geschil met de grondeigenaar van Reden, zijn dodelijke verwonding door de edelman en de gerechtelijke behandeling van deze zaak.

Ondanks de territoriale grenzen werd uiterlijk in de 18e eeuw een supraregionaal wegennet van postlijnen voor post- en passagiersvervoer ook van essentieel belang voor het prinsbisdom Paderborn. Via deze routes bereikten seizoenarbeiders en handelaars het Paderborner Land, wat belangrijk was voor de economie van de regio. Historische kaarten, een oude afstandsmeter en afbeeldingen met illustraties van typische ambulante handelaars getuigen van deze ontwikkeling. Een deel van de oorspronkelijke Hellweg bewijst echter dat er eeuwen geleden al supraregionale verkeerswegen door het prinsbisdom liepen.

Veiligheid en orde (zalen 3, 4 en 26b)

Zaal 3

Veiligheid en orde waren cruciale concepten voor de staat in de vroege nieuwe tijd. De inwoners moesten opgevoed worden tot goede onderdanen. Een grote collage uit "Hochfürstlich-Paderbörnischen Landes-Verordnungen" die dateert van rond 1780, illustreert de inspanningen van de overheidsinstanties om hun onderdanen in het dagelijkse leven te controleren en ongewenste vreemdelingen uit te sluiten. Als men zich daartegen verzette, werd het tuchthuis ingezet om tegen wil en dank op te voeden, en dit deels onder erbarmelijke omstandigheden, zoals men kan zien aan de oorspronkelijke latrine uit een detentiecel in het voormalig prinsbisschoppelijk bureau in Paderborn.

Een bijzondere vorm van vervolging van onderdanen waren de heksenprocessen in het prinsbisdom Paderborn. Op de oorspronkelijke plaats van twee verhoren van vermeende heksen in Wewelsburg, de zogenaamde "heksenkelder", wordt dit wrede hoofdstuk uit de geschiedenis van het prinsbisdom belicht. 

De militairen van het prinsbisdom stonden ook ten dienste van de politie. Dat bleek bijvoorbeeld bij de "Kaffee-Lärm" in 1781, toen de prins-bisschop van Paderborn de compagnie van Neuhäuser inzette tegen mensen die niet wilden stoppen met koffiedrinken. Een maquette met tinnen figuren vertelt dit spannende verhaal. Daarnaast werd de Paderbornse krijgsmacht vooral ingezet in de buitenlandse militaire dienst voor het Rijk, waaronder de Zevenjarige Oorlog. Strategische plannen en kolonel Friedrich Anna Ewald von Kleist, toenmalig commandant van het infanteriebataljon van Paderbörn - in een luisterstation - brengen daarvan verslag uit. 

Veiligheid speelde ook een belangrijke rol in bepaalde ambachten, onder andere bij de smeden, die met vuur werkten. Het museum beschikt over een oorspronkelijke smeedinrichting van smidse Balkenhol bij Bad Wünnenberg. Deze inrichting heeft dienst gedaan van de 19e eeuw tot de tweede helft van de 20e eeuw. Ook vandaag nog straalt het vakmanschap ervan af in de tentoonstelling. Men merkt dat ze van groot belang was. Denk maar aan demonstraties bij speciale evenementen.

Ambachten en pre-industriële productie (zalen 27-29)

Zaal 27

Buiten de gilden van de steden waren er op het platteland in het prinsbisdom Paderborn een groot aantal ambachten die van fundamenteel belang waren voor het functioneren van de plattelandseconomie. De tentoonstelling stelt bijvoorbeeld schoenmakerij, mandenmakerij, textielproductie en de traditionele techniek van het blauwdrukken voor. Maar ook op elke boerderij waren technisch vakmanschap en vindingrijkheid vereist, bijvoorbeeld als het ging om het voorraadbeheer, waarvoor enkele methoden gepresenteerd worden.

Pre-industriële ambachtelijke productie kwam in het prinsbisdom Paderborn slechts hier en daar voor. In Altenbeken aan de rand van het Eggegebergte werd eeuwenlang ijzer gewonnen en verwerkt tot kachelplaten. In de permanente tentoonstelling staan verscheidene kachels uitgestald om de specialiteit van Altenbeken voor te stellen. De glashutten in de regio bereikten een grote kunstvaardigheid in de 18e eeuw, voornamelijk de glashut Emde bij Brakel. 

De hier overvloedig aanwezige grondstoffen voor de glasproductie werden onder andere verwerkt in waardevolle pronkbekers met deksel voor een exclusieve clientèle. Het museum beschikt over indrukwekkende voorbeelden van deze glazenmakerij, die de rondgang op een mooie manier af te sluiten.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door de website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik ervan. U kunt dit bericht sluiten met de Tip verbergen. Privacy verklaring